Getuigen van wat je gelooft: het lijkt in de Bijbel een vrij heldere opdracht. En is het niet vanzelfsprekend om iets te laten doorklinken van wat belangrijk is in je leven? Waar komt dan toch dat ongemak bij veel mensen vandaan?
Een groot papier voor het ram: ‘Volg Jezus.’ Een groepje jonge mensen dat in een stationshal enthousiast opwekkingsliederen staat te zingen. Een man en vrouw die aanbellen met de vraag of ze je iets over God mogen vertellen. Het zijn taferelen die enige bewondering kunnen oproepen, maar toch ook al snel leiden tot een gevoel van ongemak. Zeker als je de grappende, afwerende of norse reacties hoort van anderen om je heen. De teneur van die reacties: met geloven is niks mis, maar houd het lekker voor jezelf. En dat lijken steeds meer mensen ook te doen.
Plat horizontaal
Is dat erg? Met een klein beetje terughoudendheid is misschien niet zo veel mis. Claartje Kruijff schrijft in haar boek Leegte achter de dingen treffend hoe lastig het kan zijn om woorden te vinden voor je geloof. ‘Iedere uiting of taal die je aan deze diepste zielenroerselen geeft, kan opeens zo kant-en-klaar, zo plat horizontaal klinken. God is geen zaak die je kunt verdedigen met voors en tegens terwijl je alle feiten tegen elkaar afweegt.’
Gelovig zelfvertrouwen
Toch zijn er ook genoeg theologen en gelovigen die ervoor pleiten om gesprekken over het geloof heel bewust op te zoeken. Voormalig Theoloog des Vaderlands (en sinds 1 juli 2025 scriba van de PKN) Kees van Ekris en dertiger Rosa Douma voerden voor de podcastserie ‘Dit Dus’ (EO) meer dan twintig gesprekken met niet-gelovige gasten als voormalig turnster Verona van de Leur en journalist Ernst-Jan Pfauth. In de laatste podcastaflevering blikt Van Ekris terug op de inzichten die deze gesprekken hem hebben gebracht. ‘Mijn ervaring is dat een heleboel mensen het echt interessant vinden om een dieper christelijk antwoord te horen op grote kwesties’, concludeert hij. ‘Ik gun christenen fierheid. Leven met een soort zelfvertrouwen: dit doet ertoe, wat wij geloven. Ten diepste heeft dat te maken met een ervaring van geluk: ik wil dit niet kwijt en ik gun het een ander ook.’
Vreemde werkelijkheid
Tegelijk is het niet zo gek dat veel mensen een zeker ongemak ervaren als ze woorden proberen te geven aan hun geloof, geeft Van Ekris onmiddellijk toe. ‘Veel mensen in deze tijd hebben geen religieus kader. Er is geen hemel, er is geen God. Het enige wat er is, is wat je ziet. Linksom of rechtsom moet je dan heel veel moeite doen om in gesprek te komen over een werkelijkheid waarvan de ander zegt: gast, die bestaat niet.’
Over ervaringen van schoonheid, over wat je voelt bij een geboorte, over wat depressie met je doet – daar kun je elkaar nog wel enigszins vinden, ervaart hij. ‘Maar als je een stap verder gaat: dat Jezus misschien wel de belichaming van God is, dat er een kruisiging was en een opstanding uit de doden, dat er eeuwig leven is – dan voel je iemand ter plekke denken: wow, wat gebeurt hier. En dan is het belangrijk om niet je geloof prijs te geven en te zeggen: er valt ook niet over te communiceren en laten we het maar een beetje vaag houden. Nee, we moeten zó leren spreken over het christelijk geloof dat het mogelijk verstaanbaar is voor iemand die anders denkt.’
Levenshulp
Dat is van belang omdat geloofswoorden uit de christelijke traditie ook voor niet-gelovige mensen een soort ‘levenshulp’ kunnen zijn, gelooft Van Ekris. ‘Als je ‘zonde’ beschrijft als een vreemde ontwrichtende kracht in jezelf die dingen stuk kan maken, wordt dat door veel mensen herkend. Het helpt als je voor dat soort ervaringen taal kunt aanreiken.’ Dat aanreiken en doorvragen is precies wat Van Ekris doet in de gesprekken in ‘Dit dus’. Met veel vrijmoedigheid brengt hij geloofsbegrippen en -verhalen in. Er wordt weliswaar niet altijd even ontvankelijk of instemmend op gereageerd, maar nooit op een vervelende manier. Vaak ontvouwt zich een heel betekenisvol gesprek.
Onder de gewelven
Zoeken naar woorden en die durven gebruiken: het doet er dus wel degelijk toe. En toch: soms zijn het geen woorden, maar is het juist de stilte waarin iets van God lijkt te kunnen doorbreken. Zo trekt de maandelijkse ‘Night of Light’ in de Utrechtse Domkerk per editie honderden bezoekers die voor weinig méér komen dan het aansteken van een kaarsje. Terwijl er zachte pianomuziek klinkt, is er ruimte om te verstillen in de kerkbanken, onder de eeuwenoude gewelven van de kerk. Het is een bijzondere ervaring: al die verschillende mensen – jong en oud, op pumps of wandelschoenen, toerist of net uit de kroeg gerold – die op zo’n avond in de grote stadskerk bij elkaar zijn. Enkelen zullen zichzelf gelovig noemen, veel anderen niet. Maar toch verlaten veel mensen de kerk met een gevoel van blijdschap of dankbaarheid, beschrijft initiatiefnemer en emeritus predikant Netty de Jong-Dorland. ‘Sommigen gaan dankzij dit evenement weer naar de kerk. Anderen hebben voor het eerst iets van God ervaren. Het is zo wezenlijk wat mensen hier meemaken.’
Hunkeren naar heiligheid
De belangstelling voor de ‘Night of Light’ – die in meer steden wordt georganiseerd – staat niet op zichzelf. Theoloog en musicus Hanna Rijken beschrijft in de bundel Zoeken naar de dingen die boven zijn hoe op steeds meer plekken in Nederland choral evensongs worden gehouden – vieringen die gebaseerd zijn op de getijdengebeden zoals die al eeuwenlang in Engelse kathedralen worden gezongen. De vieringen trekken opvallend veel mensen die zichzelf omschrijven als niet-kerkelijk: een derde van de bezoekers, volgens een onderzoek van Rijken. ‘In het gezongen avondgebed ervaren mensen dat er meer moet zijn dan het hier en nu, iets wat de hectiek van het dagelijks leven overstijgt. Bijna twee derde van de bezoekers (60%) geeft aan dat het ervaren van iets wat boven het hier en nu uitstijgt een reden is om naar de evensong te komen.’
Het onderzoek laat zien dat er in dit seculiere tijdperk óók een intense hunkering naar heiligheid is, signaleert Rijken. ‘Juist muziek en rituelen spelen een cruciale rol in de ervaring van het heilige. Het verlangen naar heelheid kan gevoed worden in het vieren van liturgie, met muziek en rituelen, in the beauty of holiness.’
Breed palet
Mensen kunnen blijkbaar op allerlei manieren geraakt worden door iets wat met God en geloof te maken heeft. Woorden en daden, het gewone en het heilige, stilte en muziek – misschien is de hele breedte van de menselijke ervaring wel nodig om iets van God te kunnen ontdekken en van die ervaring te kunnen delen.
En de schroom? Die mag misschien wel een onsje minder, met zo veel mensen die – wellicht júíst in een tijd zonder religieus kader – verlangen naar iets van vaste grond of heiligheid in hun leven. Al is het ook relativerend om te bedenken dat het niet allemaal van jou en mij afhangt. Zoals Stefan Paas in de laatste zin uit de bundel Zoeken naar de dingen die boven zijn Paulus citeert: ‘De een zaait, de ander maakt nat, maar het is God die groei geeft.’
Dit is een ingekorte versie van een essay dat Jedidja Harthoorn schreef in het blad ‘Petrus’ van de PKN (nr 30, mei 2025) petrus.protestantsekerk.nl
Ellen van Ouwerkerk