De zomervakantie is voor velen de periode bij uitstek om op vakantie te gaan. Voor ons in de rijke westerse wereld zijn vakanties heel normaal. Niet alleen in de zomervakantie zijn velen vrij en gaan dan op reis, maar het hele jaar door worden er weekjes en daagjes weg gepland. Even er uit, even tot rust komen na een werkperiode, tijd voor elkaar hebben en even niets te hoeven. Heerlijk genieten en de boel de boel laten. Voor ons iets wat bij het leven hoort. Maar het was niet altijd zo. Wanneer is op vakantie gaan zo normaal geworden? En wat zegt de Bijbel eigenlijk over vakantie? Het woord vakantie komt van het Latijnse woord vacare, dat `vrij zijn` betekent, vrij van verplichtingen.
In de Bijbel staat niets over op vakantie gaan, maar er wordt wel veel gereisd en er zijn veel teksten over het nemen van een rustpauze na het harde werken. In Genesis 2 staat: ‘Op de zevende dag had God zijn werk voltooid en rustte Hij van het werk dat Hij gedaan had’. In Markus 6:31, wanneer de discipelen terug komen bij Jezus na druk te zijn geweest met preken, onderwijzen en werken, zegt Jezus tegen hen: ‘Ga nu mee naar een eenzame plek om alleen te zijn en een tijdje uit te rusten’. In Prediker 9:7-9 wordt gesproken over het genieten na het harde werken: ‘Geniet op alle dagen van je leven, die God je heeft gegeven… Het is het loon wat God je heeft gegeven’. Wel bestaat het woord vacare al lang binnen het Christendom; op belangrijke kerkelijke feestdagen, zoals Kerst, Pasen en Pinksteren heeft de kerk vrije dagen ingesteld.
Om op vakantie te kunnen heb je vier dingen nodig: welvaart, tijd, vrede en een goede infrastructuur. Volgens historici waren het de Romeinen die deze vier zaken het eerst voor elkaar kregen. Veel rijke Romeinen bezaten landhuizen op het platteland of aan de kust. Deze villae waren toevluchtsoorden, weg van de drukte van de stad. Reizen voor je plezier was alleen mogelijk als je geld, tijd en een goede gezondheid had, want het Romeinse Rijk strekte zich uit van Nederland tot Noord-Afrika. Reizen in die tijd was traag, oncomfortabel en ook vaak gevaarlijk. Je kon per schip gaan, te paard of per koets, getrokken door paarden. Overnachten gebeurde in herbergen, die vaak niet schoon waren en geen drinkwater hadden. In de tijd erna, in de Middeleeuwen (500- 1500 na Chr.) bleef het gevaarlijk om te reizen. Struikrovers lagen op de loer, waar kon je behoorlijk overnachten, schepen vergingen door stormen.
Een reis met een bijzondere lading in de Bijbel is de pelgrimstocht. Ook Jezus reist als twaalfjarige jongen op die manier naar Jeruzalem. Alle volwassen Israëlieten gingen jaarlijks op bedevaart. Een pelgrim is onderweg naar God. Binnen Europa ging men later vaak op bedevaart naar steden als Aken en Rome. Vanaf de 16de eeuw ontstond de ‘Grand Tour’ voor adellijke kinderen: zij werden op reis gestuurd voor hun culturele en persoonlijke vorming.
Omstreeks 1850 kreeg het begrip vakantie, zoals we het nu kennen, zijn betekenis: vrij zijn van werk, school of studie. Men dacht ook lang dat de zomervakantie werd ingevoerd omdat kinderen moesten helpen bij de oogst, maar dat blijkt niet zo zijn, de oogst was vaak eerder of later. Er worden drie andere oorzaken genoemd voor de opkomst van de vakantie: rust voor leerkrachten en leerlingen, de zeer warme schoollokalen in de zomer en de opkomst van de vakbonden en het socialisme. Deze pleitten voor de achturige werkdag en voor vrije dagen. In de loop van de tijd zijn er regels gekomen over de periode en omvang van de vakantie. Vanaf 1960 groeide het fenomeen vakantie en werd het gekoppeld aan het maken van een reis of bezoeken van een bestemming: men gaat op vakantie. Omstreeks 1970 ging nog minder dan de helft van de Nederlanders op vakantie en minder dan 25% buiten Nederland. In de 21ste eeuw is dit percentage gestegen naar 80% en de reisafstand van gemiddeld 1100 kilometer (in 1969) naar 2700 km. per vakantie (in 2005). Nu, in 2026, is dat al twee tot drie keer zoveel geworden.
Veel jongeren nemen nu een verlofjaar na school en gaan dan backpacken in exotische en Verweggistan-omgevingen.
Vakantie is voor velen een tijd van rust, ontspanning en opladen. Volgens onderzoekers neemt het niveau van gezondheid en welbevinden toe tijdens een vakantie. Lange tijd in de buitenlucht is goed voor de gezondheid; vermindering van stress ontstaat door het vrij zijn van werk en de interactie met andere mensen, familie en vrienden geeft een geluksgevoel.
Al met al geeft vakantie een vrij gevoel en kun je het op veel manieren invullen. Sommigen blijven thuis, maar de meesten gaan enige tijd weg van huis, met de auto, het vliegtuig, de trein of bus naar een vakantiehuis, een camping of een hotel. Er zijn relaxvakanties, maar ook actieve vakanties, gericht op sportieve prestaties. De meesten gaan met het gezin, maar er zijn ook veel georganiseerde groepsreizen.
Vakantie is een groot goed, maar het massatoerisme dat daardoor is ontstaan heeft nadelige effecten op de natuur, het milieu en de culturen van samenlevingen. Sommige populaire steden worden overspoeld met toeristen en hun losbandige gedragingen, skigebieden hebben geleid tot ontbossing en de toename van auto en vliegverkeer is zeer schadelijk voor het milieu, door uitstoot van fijnstof en CO2. Ook de populaire enorme cruiseschepen zijn erg vervuilend, omdat ze enorme hoeveelheden zware stookolie verbruiken. Anderzijds is voor veel landen, steden en dorpen het toerisme economisch van groot belang; het brengt welvaart en werkgelegenheid.
Je hoeft niet weg te gaan of ver te reizen om vakantie te vieren, maar het is wel belangrijk dat je je drukke leven even opzij zet, om er echt even uit te zijn, weg van de dagelijkse verplichtingen, weg van de dagelijkse zorgen. Even niets te hoeven, vacare.
Hier in het midden van augustus
Tussen dutjes en zonnestralen,
Tussen ontmoetingen en gemis,
Gaan mijn zorgen op vakantie,
Vier ik hoe fijn het leven is.
Elmay Claassen
Joukje van der Kaaden